Trainingsmissie Kunduz

Van augustus 2006 tot augustus 2010 heeft Nederland deelgenomen aan de trainingsmissie in Kunduz, die onderdeel was van de Task Force Urugzan. Het doel van de missie was het helpen van de Afghaanse autoriteiten bij het opleiden van de civiele politie. Ook werd er geholpen bij justitiële en vredestaken op verschillende plaatsen in Afghanistan.

Verkenning

Op 21 april 2010 dienden de Tweede Kamer fracties van GroenLinks, CDA, D66, VVD, de ChristenUnie en de SGP een motie in waarin de regering werd opgeroepen om de behoefte op het gebied van civiele politietraining en het verzorgen van de noodzakelijke opleidinge in Afghanistan in kaart te brengen en de Tweede Kamer te informeren hoe Nederland daarin zou kunnen voorzien.

Missie in KunduzOp 25 juni 2010 stuurden de toenmalige ministers Verhagen en Van Middelkoop een brief aan de Tweede Kamer waarin werd geschetst bij welke al reeds bestaande internationale politie gerelateerde initiatieven er door Nederland aansluiting zou kunnen worden gezocht. Echter het besluit van het daadwerkelijk deelnemen aan een dergelijke missie werd overgelaten aan het Kabinet Rutte I.

Na overleg met de Tweede Kamer meldden de ministers Rosenthal en Hillen op 12 november 2010 dat de regering ook daadwerkelijk een onderzoek zou doen naar een Nederlandse bijdrage binnen Afghanistan als het gaat om het opleiden van de lokale politiemacht. Op 7 januari 2011 meldden de destijds actieve ministers samen met minister Opstelten en staatssecretaris Knapen dat Nederland deel zal gaan nemen aan een politiemissie in Kunduz, om zo bij te dragen aan “de opleiding en training van de civiele politie en de versterking van de justitiële keten inclusief de justitiële instellingen in Afghanistan”.

De daadwerkelijke uitvoering van de missie

Naar verwachting zouden de militairen en het personeel van de Koninklijke Marechaussee in augustus 2011 in Kunduz beginnen met het begeleiden en opleiden van Afghaanse agenten in praktijksituaties. In mei en juni van datzelfde jaar werden de Nederlandse trainers voor hun taken opgeleid door de Amerikanen op een speciaal ingerichte NAVO-basis in Hohenfels (Zuid-Duitsland), met praktijksituaties die werden nagebootst. Ook werd er een aantal maal geoefend in het militaire oefendorp Marnehuizen in de provincie Groningen.

Het was initieel de bedoeling dat de missie in Kunduz tot in 2014 zou duren. De Duitse militairen die de Nederlanders beschermen tijdens de werkzaamheden vertrokken echter al in de zomer van 2013, wat de Nederlandse regering ertoe heeft doen besluiten om het grootste deel van de circa 500 Nederlandse militairen en politiemensen in juli van 2014 terug te trekken. Een andere reden die werd genoemd was dat de training van de Afghaanse politie agenten volgens de politiek zo goed als afgerond was eind 2013. Wel bleven de vier in Mazar-i-Sharif gestationeerde Nederlandse F-16’s nog enige tijd aanwezig in Kunduz om de resterende NAVO-troepen nog enige tijd bij te staan en te beschermen tegen eventuele aanvallen. Ook de Nederlanders die in Afghanistan zijn voor hulp bij de opbouw van de rechtsstaat zijn nog enige tijd langer achtergebleven.